Die ochtend hoorde ik de term voor het op de radio. De betekenis kende ik al. Volgens plan zou ik zelfs met de natuurwerkgroep actie ondernemen. Nu had hetgeen waar wij die ochtend tegen zouden gaan strijden een naam gekregen: verbraming.
In het land waar stikstof alles en iedereen lijkt te regelen of juist te ontregelen zijn er een paar organismen die erg veel baat hebben bij dit fenomeen. Een daarvan is de bramenstruik. Voor deze levensvorm is stikstof niets meer of minder dan een vette energy booster. Nu heb ik persoonlijk niets tegen bramen. Een broodje bramenjam is best wel lekker afgezien van de pitjes die zich op miraculeuze wijze tussen je tanden en kiezen weten te nestelen. Het probleem is dat een groot aantal bramenstruiken op een kleiner oppervlakte de groei van andere planten en
bloemen belemmert. Nu kan ik nog een pot pindakaas of chocopasta kopen maar er zijn dieren die echt afhankelijk zijn van de planten die in de verdrukking komen.
Om de andere planten en daarmee de dieren te helpen ben ik met de natuurwerkgroep bezig geweest bramen te verwijderen. Een kenmerk van bramen is dat ze zowel boven als onder de grond blijven doorwoekeren. Het beste is met wortel en al de braam te verwijderen. Een wortel van enkele tientallen centimeters met daaraan uitschieters blijkt dan geen uitzondering. Na een paar uur ontbraming, om er zelf maar een term tegen aan te gooien, lijkt er dan weer meer ruimte te zijn voor andere. Zo heeft de natuurwerkgroep werk iets gedaan voor de biodiversiteit en voor diversiteit in het jamschap.
Tekst & foto’s: Rick Neijssen[vc_gallery type=”image_grid” images=”9736,9735,9734″]